05
juni
2019
|
12:49
Europe/Amsterdam

Afwassers zijn kind van de rekening

Samenvatting

De afwassers in de betere restaurants in Amsterdam lijken kind van de rekening te zijn. De chef-koks zien in hen een mogelijkheid om toch nog iets meer winst te maken. In dit verhaal over restaurants in Amsterdam is ook een rol weggelegd voor Birmingham in Groot-Brittannië.

Spoelkeuken+horeca+eerlijk+werken

Ieder restaurant heeft ze nodig: afwassers. Of het nu nog gaat om het fysiek afwassen van servies en bestek, het goed en snel inrichten van de afwasmachine of het poleren van de glazen: de afwasser doet het. Het is niet het beste baantje in het restaurant, afwassers worden vaak onderbetaald en ze werken soms vele dagen achter elkaar.

Tafeltje reserveren

“Het zijn niet de eetcafés waar we deze keer de misstanden aantroffen. Het waren restaurants in het betere segment in Amsterdam, waar je van tevoren een tafeltje moet reserveren.” Inspecteurs Ed en Yassine nemen ons mee in een wonderlijke schoonmaakwereld. Zij maken deel uit van het interventieteam schoonmaak. Een team dat de vele misstanden aanpakt. Of het nu om de schoonmaak in hotels gaat, of bij de fastfoodzaken, schoonmakers zijn een kwetsbare groep. Maar met hun interventies bereiken ze wel dat schoonmakers krijgen waar ze recht op hebben.

De schimmige wereld van het inzetten van afwassers leidt tijdens de inspectie uiteindelijk naar Birmingham in het Verenigd Koninkrijk. Daar zit de onbekende organisator met een niet-Nederlandse nationaliteit die een schoonmaakbedrijf inschrijft bij de Nederlandse Kamer van Koophandel. Vervolgens loopt er een lijntje naar een belwinkel vlakbij het Amsterdamse Mercatorplein. Op het eerste gezicht lijkt het een gewone, alledaagse belwinkel.

“Je merkt op een gegeven moment dat de eigenaar eigenlijk een katvanger is van de Birminghamse organisator. Ze beloven hem gouden bergen. Hij zou de eigenaar van de belwinkel worden, inclusief inventaris, en als hij meewerkt aan het ronselen van schoonmakers voor verschillende malafide schoonmaakbedrijven zou hij ook wel een eigen schoonmaakbedrijf kunnen beginnen.”

Via allerlei wegen komen Eritreeërs en Soedanezen naar deze specifieke belwinkel om daar simkaarten of telefoons te kopen. Het praatje in de belwinkel gaat al gauw over schoonmaakwerk en of zij zin hebben om te werken als afwasser in een restaurant.

De belwinkel wordt een soort uitzendbureau voor schoonmakers. Uit onderzoek blijkt dat verschillende malafide schoonmaakbedrijven gebruikmaken van de ‘belwinkel-afwassers’. De belwinkel wordt een ontmoetingsplek van werkzoekenden en veel van deze werkzoekenden worden hier uiteindelijk betaald voor hun afwaswerk.

Rol chef-koks

De Amsterdamse horeca draait, na een aantal slechte jaren, weer prima. Naast ander personeel is men hard op zoek naar afwassers. De chef-koks ontmoeten elkaar regelmatig. Ze wisselen geen recepten uit, maar bespreken wel vaak financiële voordelen. Eén van de chef-koks, tevens eigenaar van een mooi restaurant, geeft aan dat hij een goedkope afwasser heeft gevonden: “Hij klaagt niet, werkt hard en is met weinig tevreden.” Dat klinkt goed in de oren van zijn collega’s. Ook zij gaan zaken doen met de schoonmaakbedrijven die hun afwassers vinden via de belwinkel.

“De vraag naar goede afwassers is groot en je ziet ook dat het moeilijk is om ze te vinden”, zegt Ed. “Als je collega dan een bepaald schoonmaakbedrijf promoot, gaan ze daar ook zaken mee doen. Ook al weten ze dat het uurloon veel te laag is. Het zijn goed opgeleide koks die een toptent runnen, ze weten echt wel wat ze eigenlijk moeten betalen voor een afwasser.”

Subsidie overheid

“Chef-koks stellen ook geen nadere vragen aan het schoonmaakbedrijf. En vanuit de schoonmaakbedrijven gaat de acquisitie zeer geraffineerd. Nog voordat ze een vraag over het uurloon konden stellen, werd door het bedrijf aangegeven dat ze van de overheid subsidie kregen om deze mensen uit het buitenland aan het werk te helpen. Dat ging erin als zoete koek.

De afwassers zijn natuurlijk kind van de rekening. Ze kregen veel minder loon en werkten meer uren dan aangegeven. Sommigen werden helemaal niet betaald. Maar klagen konden ze natuurlijk niet. Sommigen hadden een uitkering, anderen mochten hier helemaal niet werken. Ze zaten in een afhankelijke positie.

Daarnaast zag je ook de vluchtigheid van de schoonmaakbedrijven. Zo gauw ze het idee hadden dat er iets mis kon gaan, ging de stekker uit het schoonmaakbedrijf en begonnen ze gewoon weer een ander. Of ze gingen failliet.

Dat zag je ook als wij bij een restaurant kwamen voor onderzoek. Dacht iedereen in het bedrijf dat ze bij schoonmaakbedrijf x werkten, in werkelijkheid werkten de afwassers bij een heel ander schoonmaakbedrijf.”

In rook opgegaan

“Ons onderzoek heeft in ieder geval in de restaurantwereld voor de nodige reuring gezorgd. Gelukkig hebben veel restaurants hier lering uitgetrokken en kijken ze nu wel wie ze in dienst nemen. We sluiten zeker niet uit dat een aantal een boete gaat krijgen. Natuurlijk hebben we ook gekeken naar de schoonmaakbedrijven. Daar zijn we nog mee bezig en we hopen ook hen te kunnen beboeten. Als ze nog bestaan.

De belwinkel? Tja, die is al enige tijd gesloten. De Birminghamse link is in rook opgegaan. Niet verwonderlijk natuurlijk. Dit kunnen ze vanuit elke plaats doen.”